De tijd verschuift niet
Het Nederlands schuift in de indirecte rede vaak een tijd terug: "Ali zei: 'Ik kom morgen'" wordt "Ali zei dat hij morgen kwam". Het Perzisch houdt de oorspronkelijke tijd van de spreker. Alleen de voornaamwoorden en persoonsuitgangen passen zich aan.
| Directe rede | Indirecte rede |
|---|---|
| علی گفت: «فردا میآیم.» | علی گفت که فردا میآید. |
| مریم گفت: «خستهام.» | مریم گفت که خسته است. |
| گفت: «دیروز رفتم.» | گفت که دیروز رفت. |
| گفت: «کار کردهام.» | گفت که کار کرده است. |
Directe rede
Het Perzisch gebruikt de aanhalingstekens « en », met een dubbele punt na het werkwoord van zeggen: او گفت: «نمیدانم.»
که
که leidt de indirecte zin in, zoals "dat". In geschreven taal is het de norm, in spreektaal valt het vaak weg: گفت فردا میآید. — Hij zei dat hij morgen komt.
Handige werkwoorden: گفت (zei), پرسید (vroeg), جواب داد (antwoordde), فکر میکرد (dacht), توضیح داد (legde uit).
Indirecte vragen
Het vraagwoord blijft staan en de volgorde verandert niet, want die veranderde in de directe vraag ook al niet:
- پرسید: «کجا میروی؟» → پرسید که کجا میروم. — Hij vroeg waar ik heen ging.
- پرسید: «کِی میآیی؟» → پرسید که کِی میآیم. — Hij vroeg wanneer ik kwam.
Een ja/nee-vraag krijgt meestal آیا of که آیا, waar het Nederlands "of" zegt:
- پرسید: «وقت داری؟» → پرسید که آیا وقت دارم. — Hij vroeg of ik tijd had.
Indirecte opdrachten
Een bevel wordt aanvoegende wijs, met aangepaste persoon:
- گفت: «برو!» → گفت که بروم. — Hij zei dat ik moest gaan.
- گفت: «صبر کنید.» → گفت که صبر کنیم. — Hij zei dat we moesten wachten.
- خواهش کرد که کمکش کنیم. — Hij vroeg ons hem te helpen.
Let op als Nederlandstalige
- Schuif de tijd niet terug. "Hij zei dat hij morgen kwam" wordt geen verleden tijd: ✗ گفت که فردا آمد. / ✓ گفت که فردا میآید.
- Het Nederlandse "of" in "hij vroeg of ik tijd had" is niet het "of" van een keuze (یا): ✗ پرسید یا وقت دارم. / ✓ پرسید که آیا وقت دارم.
- "Hij zei dat ik moest gaan" bouw je met de aanvoegende wijs, niet met een infinitief: ✗ گفت که رفتن. / ✓ گفت که بروم. (گفت که باید بروم kan ook.)
- که doet het werk van "dat", en in vragen "of" samen met آیا. Zoek niet voor elk Nederlands voegwoord een apart Perzisch woord.
Voorbeelddialoog
علی چه گفت؟ — Wat zei Ali?
گفت که فردا نمیتواند بیاید. — Hij zei dat hij morgen niet kan komen.
پرسید که ما کِی میرویم؟ — Heeft hij gevraagd wanneer we gaan?
بله، و گفت که بدونِ او شروع کنیم. — Ja, en hij zei dat we zonder hem moeten beginnen.