Langrit

Alle werkwoorden in het Spaans

vivir vervoegen

Betekenis: wonen / leven · Niveau: A1 · regelmatig

Tegenwoordige tijd

yo vivo
tú vives
él / ella / usted vive
nosotros / nosotras vivimos
vosotros / vosotras vivís
ellos / ellas / ustedes viven

Tip: Regelmatig -ir-model: dezelfde uitgangen als comer, behalve vivimos en vivís.

Test jezelf met de gratis vervoegingstool

Oefen deze vormen met spaced repetition tot ze vanzelf komen.

Start je gratis proefperiode

Meer werkwoorden in het Spaans