What are vaste voorzetsels?
Many Dutch verbs and adjectives come with a fixed preposition that you simply have to learn together with the word. The preposition often differs from the one English uses, so translating word for word leads to mistakes.
- Ik wacht op de bus. — I am waiting for the bus. (not voor)
- Zij is getrouwd met een arts. — She is married to a doctor. (not tot)
The most common combinations
| Dutch | English | Example |
|---|---|---|
| wachten op | to wait for | We wachten op de trein. |
| denken aan | to think of | Ik denk vaak aan jou. |
| houden van | to love / like | Hij houdt van jazz. |
| zoeken naar | to search for | Ze zoekt naar haar sleutels. |
| kijken naar | to look at / watch | We kijken naar een film. |
| luisteren naar | to listen to | Luister naar de leraar. |
| vragen om | to ask for | Hij vraagt om hulp. |
| afhangen van | to depend on | Dat hangt van het weer af. |
| zich verheugen op | to look forward to | Ik verheug me op de vakantie. |
| lijken op | to look like | Zij lijkt op haar moeder. |
| geloven in | to believe in | Ik geloof in jou. |
| twijfelen aan | to doubt | Ik twijfel aan zijn verhaal. |
| genieten van | to enjoy | We genieten van de zon. |
| deelnemen aan | to take part in | Ze neemt deel aan de wedstrijd. |
| zorgen voor | to take care of | Hij zorgt voor zijn oma. |
Fixed prepositions with adjectives
Adjectives can have fixed prepositions too:
| Dutch | English |
|---|---|
| geïnteresseerd in | interested in |
| trots op | proud of |
| bang voor | afraid of |
| tevreden met/over | satisfied with |
| verliefd op | in love with |
| jaloers op | jealous of |
- Ik ben geïnteresseerd in geschiedenis. — I am interested in history.
- Ze is trots op haar dochter. — She is proud of her daughter.
- Hij is bang voor honden. — He is afraid of dogs.
Traps for English speakers
These combinations use a different preposition than English suggests, so they cause the most errors:
- wachten op — to wait for (English "for" would tempt you to say voor)
- trots op — proud of (not van)
- bang voor — afraid of (not van)
- lijken op — to look like (not als)
- vragen om — to ask for (not voor)
- deelnemen aan — to take part in (not in)
When you learn a new verb, always note its preposition as part of the vocabulary item: not just wachten, but wachten op.