Langrit

← All Dutch grammar lessons

Fixed prepositions (vaste voorzetsels)

Free Dutch grammar lesson · B2

What are vaste voorzetsels?

Many Dutch verbs and adjectives come with a fixed preposition that you simply have to learn together with the word. The preposition often differs from the one English uses, so translating word for word leads to mistakes.

The most common combinations

Dutch English Example
wachten op to wait for We wachten op de trein.
denken aan to think of Ik denk vaak aan jou.
houden van to love / like Hij houdt van jazz.
zoeken naar to search for Ze zoekt naar haar sleutels.
kijken naar to look at / watch We kijken naar een film.
luisteren naar to listen to Luister naar de leraar.
vragen om to ask for Hij vraagt om hulp.
afhangen van to depend on Dat hangt van het weer af.
zich verheugen op to look forward to Ik verheug me op de vakantie.
lijken op to look like Zij lijkt op haar moeder.
geloven in to believe in Ik geloof in jou.
twijfelen aan to doubt Ik twijfel aan zijn verhaal.
genieten van to enjoy We genieten van de zon.
deelnemen aan to take part in Ze neemt deel aan de wedstrijd.
zorgen voor to take care of Hij zorgt voor zijn oma.

Fixed prepositions with adjectives

Adjectives can have fixed prepositions too:

Dutch English
geïnteresseerd in interested in
trots op proud of
bang voor afraid of
tevreden met/over satisfied with
verliefd op in love with
jaloers op jealous of

Traps for English speakers

These combinations use a different preposition than English suggests, so they cause the most errors:

When you learn a new verb, always note its preposition as part of the vocabulary item: not just wachten, but wachten op.

Ready to make it stick? Take the interactive quiz and drill this structure with spaced repetition.

Practice this topic free

More Dutch grammar